Meer afbeeldingen

Het Vlaamse bodembeleid. Impact wijzigingen Bodemdecreet 2018

Johan Ceenaeme
€ 35,00
Incl. BTW

Beschikbaarheid: In voorraad

Dit boek beschrijft het Vlaamse bodembeleid na de recente wijzigingen van het Bodemdecreet in 2018. Ruim twintig jaar ervaring met bodemregelgeving in Vlaanderen heeft geleerd dat bodemverontreiniging een sterke invloed kan hebben op de waarde en de verkoopbaarheid van vastgoed.

* Verplichte velden

shop

Details

Dit boek beschrijft het Vlaamse bodembeleid na de recente wijzigingen van het Bodemdecreet in 2018. Ruim twintig jaar ervaring met bodemregelgeving in Vlaanderen heeft geleerd dat bodemverontreiniging een sterke invloed kan hebben op de waarde en de verkoopbaarheid van vastgoed.

De auteur maakt u vooreerst wegwijs in de bepalingen van het Bodemdecreet. De recente wijzigingen, zoals de algemene onderzoeksplicht en de afschaffing van de conformverklaring van de bodemonderzoeken, krijgen bijzondere aandacht.

Een tweede deel staat stil bij de verplichtingen die ontstaan bij transacties met gronden zoals verkoop of erfpacht. Zo komt o.m. het bodemattest uitgebreid aan bod.

Ten slotte geeft een toelichting van de regeling grondverzet u een idee van de kosten die kunnen opduiken bij het uitgraven van bodem.

Het boek is dan ook een aanrader voor wie op de hoogte wil blijven van de laatste stand van zaken van het Vlaamse bodembeleid.

Inhoud

Inleiding..........................................................................................................         3

Deel I.   Wetgevend kader bodemsanering – Bodemdecreet en het VLAREBO..........................................................................                       13

1. Wettelijk kader ...................................................................................... 13

2. Definities en doelstellingen in het Bodemdecreet .......................... 15

2.1.     Enkele relevante definities................................................................ 15

2.2.     Doelstellingen van het bodembeleid............................................... 16

2.3.     Algemene bepalingen........................................................................ 17

3. Identificatie en inventarisatie van gronden..................................... 19

3.1.     Grondeninformatieregister............................................................... 19

3.2.     Aanvragen van bodemattest of specifieke informatie uit het

           grondeninformatieregister ............................................................... 20

3.3.     Toegang tot het grondeninformatieregister via e-loket en

            webtoepassing ................................................................................... 22

3.4.     Lijst van risico-inrichtingen in VLAREBO en VLAREM II ............... 23

3.5.     Gemeentelijke inventaris van risicogronden.................................. 23

3.6.     Bodemsaneringsdeskundigen .......................................................... 25

4. Saneringsplicht en -aansprakelijkheid .............................................. 28

4.1.     Saneringsplicht voor verontreinigde bodem.................................. 28

4.2.     Saneringscriterium ............................................................................ 29

4.3.     Saneringsplicht volgens een getrapt systeem................................ 29

4.4.     Opdeling van de saneringsplicht ..................................................... 31

4.5.     Vrijstelling van saneringsplicht....................................................... 32

4.5.1.   Onderscheid in aanpak van exploitant/gebruiker en eigenaar.. 32

4.5.2.    Nieuwe bodemverontreiniging...................................................... 33

4.5.3.    Historische bodemverontreiniging................................................ 34

4.5.4.    Gemengde bodemverontreiniging................................................. 34

4.5.5.    Kennisvoorwaarde voor vrijstelling van saneringsplicht........... 35

4.5.6.    Procedure van de aanvraag ............................................................ 36

4.5.7.    Overdracht van vrijstelling van saneringsplicht ......................... 38

4.6.      Vermengde bodemverontreiniging.................................................. 39

4.6.1.   Definitie ............................................................................................ 39

4.6.2.   Aanduiding van de vermengde bodemverontreiniging.............. 40

4.6.3.   Verplichting tot gezamenlijke uitvoering..................................... 41

4.6.4.   Verdeelsleutel................................................................................... 41

5. Cofinanciering voor bodemsanering ................................................. 44

5.1.      Inleiding.............................................................................................. 44

5.2.      Basisprincipes..................................................................................... 44

5.3.      Doelgroep van de cofinanciering..................................................... 44

5.4.      In aanmerking komende bodemverontreinigingen....................... 47

5.5.      In aanmerking komende kosten ...................................................... 49

5.6.      Subsidiepercentage............................................................................ 49

5.7.      Procedure van aanvraag en beoordeling......................................... 50

5.8.      Uitbetaling van de subsidie.............................................................. 52

5.9.      Overdraagbaarheid van het recht op cofinanciering..................... 52

6. Ambtshalve tussenkomst van OVAM ................................................. 54

7. Saneringsaansprakelijkheid bij bodemverontreiniging................. 55

8. Oriënterend bodemonderzoek............................................................ 56

8.1.      Doel ..................................................................................................... 56

8.2.      Verplicht oriënterend bodemonderzoek ......................................... 57

8.2.1.   Overdracht van een risicogrond .................................................... 58

8.2.2.   Onderzoek bij sluiting van een risico-inrichting ......................... 58

8.2.3.   Periodieke onderzoeksplicht .......................................................... 59

8.2.4.   Onderzoeksplicht bij faillissement................................................ 60

8.2.5.   Eenmalige onderzoeksplicht bij bepaalde mede-eigendommen 61

8.2.6.   Onderzoeksplicht voor GPBV-activiteiten..................................... 61

8.2.7.   Onderzoeksplicht bij aanwijzingen van een ernstige

bodem­verontreiniging ................................................................. 62

8.2.8.   Onderzoeksplicht 2027 ................................................................... 63

8.2.9.   Uitzonderingsregeling bij bestaand oriënterend bodemonderzoek................................................................................ 64

 

 

 

 

 

9. Beschrijvend bodemonderzoek .......................................................... 66

9.1.     Doel en inhoud van het beschrijvend bodemonderzoek .............. 66

9.2.     Gefaseerde aanpak............................................................................. 67

9.3.     Oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek gelijktijdig uit­voeren.................................................................................................. 68

10. Bodemsanering...................................................................................... 69

10.1.   Bodemsaneringsproject en beperkt bodemsaneringsproject....... 69

10.1.1. Doel van het bodemsaneringsproject ........................................... 69

10.1.2. Beperkt bodemsaneringsproject.................................................... 72

10.2.   Bodemsaneringswerken.................................................................... 72

10.2.1. Uitvoering bodemsaneringswerken.............................................. 72

10.2.2. Procedure voor aanvullingen of wijzigingen tijdens

bodem­saneringswerken ............................................................................. 73

10.3.   Eindverklaring.................................................................................... 75

10.3.1. Eindevaluatieonderzoek ................................................................. 75

10.3.2. Eindverklaring ................................................................................. 75

11. Andere maatregelen voor de aanpak van bodemverontreiniging 76

11.1.   Veiligheidsmaatregelen..................................................................... 76

11.2.   Voorzorgsmaatregelen ...................................................................... 76

11.3.   Nazorg................................................................................................. 77

11.4.   Gebruiks- en bestemmingsbeperkingen ......................................... 77

11.5.   Schadegevallen................................................................................... 77

11.6.   Risicobeheer ....................................................................................... 78

12. Bodemsaneringsorganisaties – sectorale fondsen.......................... 80

12.1.   Doel ..................................................................................................... 80

12.2.   Bodemsaneringsorganisaties............................................................ 80

12.3.   Subsidies ............................................................................................. 82

13. Vrijwillige bodemsanering.................................................................. 83

14. Overdracht van gronden...................................................................... 84

15. Onteigening van gronden .................................................................... 85

15.1.    Schrapping van de onderzoeksplicht .............................................. 85

15.2.    Onteigeningsvergoeding................................................................... 85

16. Sluiting van een risico-inrichting ....................................................... 87

17. Faillissement .......................................................................................... 88

18. Onderzoek en sanering van waterbodems....................................... 89

18.1.    Integraal waterbeleid........................................................................ 89

18.2.    Waterbodemonderzoek..................................................................... 89

18.3.    Sanering volgens prioriteiten........................................................... 90

19. Grondverzet ........................................................................................... 92

20. Vaststellen van sites met (potentiële) bodemverontreiniging...... 93

20.1.    Siteregeling......................................................................................... 93

20.2.    Vaststelling van een site ................................................................... 93

20.3.    Saneringsplicht bij een site .............................................................. 94

21. Beroepsprocedures ............................................................................... 95

22. Ambtshalve tussenkomst..................................................................... 96

22.1.    Optreden na vrijstelling van saneringsplicht................................. 96

22.2.    Optreden na in gebreke blijven van de saneringsplichtige .......... 96

22.3.    Dwangmaatregelen ........................................................................... 97

23. Bodembescherming .............................................................................. 98

23.1.    Algemene doelstelling....................................................................... 98

23.2.    Bodembedreigingen........................................................................... 98

23.3.    Beschermingsmaatregelen ............................................................... 99

23.4.    Instrumenten ter bescherming van de bodem .............................. 100

24. Overgangsbepalingen........................................................................... 101

DEEL II. Overdracht van gronden ..................................................... 103

1. Wat is een overdracht van een grond?.............................................. 103

2. Wie is overdrager?................................................................................ 106

 

 

3.    Wat is de overdrachtsprocedure volgens het Bodemdecreet?...... 107

3.1.     Wanneer is er sprake van een risicogrond?.................................... 107

3.2.     Welke verplichtingen zijn er bij overdracht van een niet-risico­grond?................................................................................................. 109

3.3.     Welke verplichtingen zijn er bij overdracht van een risico­grond?................................................................................................. 110

3.4.     Is de melding van overdracht nog nodig? ...................................... 112

4.    Welke afwijkingen zijn er mogelijk op de normale

overdrachts­procedure? ...................................................................... 113

4.1.     Hoe versneld overdragen?................................................................ 113

4.1.1.   Overdracht na een beschrijvend bodemonderzoek..................... 113

4.1.2.   Overdracht na schikking met de Vlaamse Regering.................... 114

4.1.3.   Openbare verkoop ........................................................................... 115

4.2.     Welke afwijkingen zijn mogelijk voor de omvang van het

onder­zoek? .........................................................................................117

4.2.1.   Exploitatieonderzoek ...................................................................... 117

4.2.2.   Sites/Woonzones.............................................................................. 117

4.2.3.   Overdracht delen kadastrale percelen........................................... 119

5.    Wanneer kan een overdracht nietig verklaard worden? ............... 122

5.1.     Nietigheid door afwezigheid van het bodemattest....................... 122

5.2.     Nietigheid door het niet volgen van de bijzondere overdrachts­procedure............................................................................................ 123

6.    Bodemattesten....................................................................................... 124

6.1.     Enkele praktische vragen in verband met het bodemattest ........ 124

6.1.1.   Wanneer levert de OVAM een ambtshalve bodemattest

(A-at­test) af? ................................................................................. 124

6.1.2.   Wanneer vraag ik zelf een bodemattest aan?.............................. 125

6.1.3.   Hoe vraag ik een bodemattest aan?.............................................. 125

6.1.4.   Wat kost een bodemattest en wat als ik regelmatig attesten aanvraag?......................................................................................... 126

6.1.5.   Hoe lang is de beoordelings- en afleveringstermijn?.................. 127

6.1.6.   Hoe lang is een bodemattest geldig?............................................ 128

 

6.1.7.   Wanneer moet het bodemattest voorhanden zijn?..................... 128

6.1.8.   Wat bedoelt men met “de inhoud van het bodemattest opne­men in de overeenkomst/akte”?.................................................... 129

6.2.      Welke soorten bodemattesten zijn er? ........................................... 129

6.3.      Hoe is een bodemattest opgebouwd?............................................. 130

6.3.1.   Kadastrale gegevens........................................................................ 130

6.3.2.   Inhoud van het bodemattest.......................................................... 130

6.4.      Is het bodemattest geldig voor overdracht? .................................. 131

6.4.1.   De grond is een niet-risicogrond ................................................... 131

6.4.2.   Risicogrond – attest voor een volledig kadastraal perceel......... 132

6.4.3.   Risicogrond – attest met uitspraak over een deel van een ka­dastraal perceel................................................................................ 132

7. Oriënterend bodemonderzoek (OBO)................................................. 133

7.1.      Wat is een oriënterend bodemonderzoek?..................................... 133

7.2.      Hoe lang is een oriënterend bodemonderzoek geldig?................. 133

7.2.1.   Geen exploitatie van risico-inrichtingen (RI) sinds het vorige OBO.................................................................................................... 134

7.2.2.   Wel risico-inrichtingen sinds het vorige OBO .............................. 135

7.3.      Wat kost een oriënterend bodemonderzoek?................................. 135

8. Beschrijvend bodemonderzoek (BBO)................................................ 137

8.1.      Wat is een beschrijvend bodemonderzoek? ................................... 137

8.2.      Hoe lang is een beschrijvend bodemonderzoek geldig?............... 137

8.3.      Wat kost de opmaak van een beschrijvend bodemonderzoek? ... 137

9. Saneringsplicht bij overdracht ........................................................... 139

9.1.      Statuut ‘Onschuld’ ............................................................................. 139

9.2.      Andere vormen van vrijstelling ....................................................... 139

9.2.1.   Verspreiding ..................................................................................... 139

9.2.2.   Aanwezigheid van een exploitant of gebruiker........................... 140

9.3.      Is de vrijstelling overdraagbaar? ..................................................... 141

9.3.1.   … naar de verwerver?.................................................................... 141

9.3.2.   … naar de erfgenamen?................................................................. 141

9.4.      Wat gebeurt er na ‘vrijstelling saneringsplicht’? .......................... 142

 

10. Verbintenis en financiële zekerheid .................................................. 143

10.1.   Wat is een verbintenis?..................................................................... 143

10.2.   Wat is een financiële zekerheid?...................................................... 144

10.3.   Hoe loopt de procedure van verbintenis en financiële zeker­heid?.................................................................................................... 145

10.4.   Wat als de verwerver verplichtingen wil overnemen?................. 147

11. Bijkomende informatie en contact..................................................... 148

Deel III. Regeling grondverzet – Gebruik van uitgegraven bodem 149

1. Inleiding.................................................................................................. 149

2. Definities ................................................................................................ 151

2.1.     Verdachte grond................................................................................. 151

2.2.     Bouwkundig bodemgebruik en vormvast product........................ 152

2.3.     Kadastrale werkzone......................................................................... 154

2.4.     Zone voor gebruik ter plaatse.......................................................... 155

2.5.     Andere begrippen .............................................................................. 156

3. Toepassingsgebied................................................................................ 157

4. Voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem............... 159

4.1.     Mengverbod ....................................................................................... 159

4.2.     Gebruik van uitgegraven bodem als bodem .................................. 159

4.2.1.  Algemeen gebruik ........................................................................... 159

4.2.2.  Gebruik binnen een kadastrale werkzone.................................... 164

4.2.3.  Gebruik binnen een zone voor gebruik ter plaatse..................... 165

4.3.     Gebruik voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product................................................................................................ 166

4.3.1.  Algemeen gebruik ........................................................................... 166

4.3.2.  Gebruik binnen een kadastrale werkzone.................................... 168

4.4.     Samenvatting van de gebruiksmogelijkheden............................... 168

5. Traceerbaarheidsprocedure................................................................ 171

5.1.     Inleiding.............................................................................................. 171

5.2.     Actoren en hun verantwoordelijkheid ............................................ 172

 

 

5.3.       Algemene bepalingen........................................................................ 173

5.3.1.   Noodzakelijke documenten ............................................................ 173

5.3.2.   Documenten in het kader van het grondverzet........................... 175

5.3.3.   Administratieve procedure voor het grondverzet ....................... 177

6.    Erkenning van bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslag­-

plaats of grondreinigingscentrum ..................................................... 178

7.    Vervoerdocumenten bij grondverzet ................................................ 179

7.1.     Uitgraving groter dan 250 m³ of uitgraving op een verdachte grond................................................................................................... 179

7.2.     Uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet-verdachte grond....... 179

7.3.     Vervoer van verontreinigde bodem................................................. 179

7.4.     Transport van bodem naar het buitenland .................................... 180

7.5.     Aanvoer van bodem uit het buitenland .......................................... 180

7.6.     Transport van bodem naar een ander gewest ............................... 180

7.7.     Aanvoer van bodem uit een ander gewest..................................... 181

8.    Standaardprocedures en codes van goede praktijk........................ 182

8.1.     Code van goede praktijk afbakenen kadastrale werkzone ........... 182

8.2.     Code van goede praktijk afbakenen voor zone gebruik ter plaat­se.........183

8.3.     Code van goede praktijk gebruik van uitgegraven bodem binnen

een kadastrale werkzone.................................................................. 183

8.4.     Code van goede praktijk gebruik van uitgegraven bodem binnen

een zone voor gebruik ter plaatse................................................... 184

8.5.     Standaardprocedure studie ontvangende grond............................ 184

8.6.     Standaardprocedure technisch verslag ........................................... 185

9.    Toekomstige ontwikkelingen.............................................................. 187

Extra informatie

Afmetingen 16x24
Auteur Johan Ceenaeme
pagina's 187
ISBN 9789089778864
Publicatiejaar 2018
Over de auteur Johan Ceenaeme lag in 1995 mee aan de basis van de ontwikkeling van het bodemsaneringsbeleid bij de OVAM. Hij was er lang diensthoofd van de dienst bodemonderzoeken. Als stafmedewerker coördineert en ontwikkelt hij nu mede het Vlaamse bodembeleid.
Quotes Nee

Beschrijving

Details

Dit boek beschrijft het Vlaamse bodembeleid na de recente wijzigingen van het Bodemdecreet in 2018. Ruim twintig jaar ervaring met bodemregelgeving in Vlaanderen heeft geleerd dat bodemverontreiniging een sterke invloed kan hebben op de waarde en de verkoopbaarheid van vastgoed.

De auteur maakt u vooreerst wegwijs in de bepalingen van het Bodemdecreet. De recente wijzigingen, zoals de algemene onderzoeksplicht en de afschaffing van de conformverklaring van de bodemonderzoeken, krijgen bijzondere aandacht.

Een tweede deel staat stil bij de verplichtingen die ontstaan bij transacties met gronden zoals verkoop of erfpacht. Zo komt o.m. het bodemattest uitgebreid aan bod.

Ten slotte geeft een toelichting van de regeling grondverzet u een idee van de kosten die kunnen opduiken bij het uitgraven van bodem.

Het boek is dan ook een aanrader voor wie op de hoogte wil blijven van de laatste stand van zaken van het Vlaamse bodembeleid.

Inhoud

Inleiding..........................................................................................................         3

Deel I.   Wetgevend kader bodemsanering – Bodemdecreet en het VLAREBO..........................................................................                       13

1. Wettelijk kader ...................................................................................... 13

2. Definities en doelstellingen in het Bodemdecreet .......................... 15

2.1.     Enkele relevante definities................................................................ 15

2.2.     Doelstellingen van het bodembeleid............................................... 16

2.3.     Algemene bepalingen........................................................................ 17

3. Identificatie en inventarisatie van gronden..................................... 19

3.1.     Grondeninformatieregister............................................................... 19

3.2.     Aanvragen van bodemattest of specifieke informatie uit het

           grondeninformatieregister ............................................................... 20

3.3.     Toegang tot het grondeninformatieregister via e-loket en

            webtoepassing ................................................................................... 22

3.4.     Lijst van risico-inrichtingen in VLAREBO en VLAREM II ............... 23

3.5.     Gemeentelijke inventaris van risicogronden.................................. 23

3.6.     Bodemsaneringsdeskundigen .......................................................... 25

4. Saneringsplicht en -aansprakelijkheid .............................................. 28

4.1.     Saneringsplicht voor verontreinigde bodem.................................. 28

4.2.     Saneringscriterium ............................................................................ 29

4.3.     Saneringsplicht volgens een getrapt systeem................................ 29

4.4.     Opdeling van de saneringsplicht ..................................................... 31

4.5.     Vrijstelling van saneringsplicht....................................................... 32

4.5.1.   Onderscheid in aanpak van exploitant/gebruiker en eigenaar.. 32

4.5.2.    Nieuwe bodemverontreiniging...................................................... 33

4.5.3.    Historische bodemverontreiniging................................................ 34

4.5.4.    Gemengde bodemverontreiniging................................................. 34

4.5.5.    Kennisvoorwaarde voor vrijstelling van saneringsplicht........... 35

4.5.6.    Procedure van de aanvraag ............................................................ 36

4.5.7.    Overdracht van vrijstelling van saneringsplicht ......................... 38

4.6.      Vermengde bodemverontreiniging.................................................. 39

4.6.1.   Definitie ............................................................................................ 39

4.6.2.   Aanduiding van de vermengde bodemverontreiniging.............. 40

4.6.3.   Verplichting tot gezamenlijke uitvoering..................................... 41

4.6.4.   Verdeelsleutel................................................................................... 41

5. Cofinanciering voor bodemsanering ................................................. 44

5.1.      Inleiding.............................................................................................. 44

5.2.      Basisprincipes..................................................................................... 44

5.3.      Doelgroep van de cofinanciering..................................................... 44

5.4.      In aanmerking komende bodemverontreinigingen....................... 47

5.5.      In aanmerking komende kosten ...................................................... 49

5.6.      Subsidiepercentage............................................................................ 49

5.7.      Procedure van aanvraag en beoordeling......................................... 50

5.8.      Uitbetaling van de subsidie.............................................................. 52

5.9.      Overdraagbaarheid van het recht op cofinanciering..................... 52

6. Ambtshalve tussenkomst van OVAM ................................................. 54

7. Saneringsaansprakelijkheid bij bodemverontreiniging................. 55

8. Oriënterend bodemonderzoek............................................................ 56

8.1.      Doel ..................................................................................................... 56

8.2.      Verplicht oriënterend bodemonderzoek ......................................... 57

8.2.1.   Overdracht van een risicogrond .................................................... 58

8.2.2.   Onderzoek bij sluiting van een risico-inrichting ......................... 58

8.2.3.   Periodieke onderzoeksplicht .......................................................... 59

8.2.4.   Onderzoeksplicht bij faillissement................................................ 60

8.2.5.   Eenmalige onderzoeksplicht bij bepaalde mede-eigendommen 61

8.2.6.   Onderzoeksplicht voor GPBV-activiteiten..................................... 61

8.2.7.   Onderzoeksplicht bij aanwijzingen van een ernstige

bodem­verontreiniging ................................................................. 62

8.2.8.   Onderzoeksplicht 2027 ................................................................... 63

8.2.9.   Uitzonderingsregeling bij bestaand oriënterend bodemonderzoek................................................................................ 64

 

 

 

 

 

9. Beschrijvend bodemonderzoek .......................................................... 66

9.1.     Doel en inhoud van het beschrijvend bodemonderzoek .............. 66

9.2.     Gefaseerde aanpak............................................................................. 67

9.3.     Oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek gelijktijdig uit­voeren.................................................................................................. 68

10. Bodemsanering...................................................................................... 69

10.1.   Bodemsaneringsproject en beperkt bodemsaneringsproject....... 69

10.1.1. Doel van het bodemsaneringsproject ........................................... 69

10.1.2. Beperkt bodemsaneringsproject.................................................... 72

10.2.   Bodemsaneringswerken.................................................................... 72

10.2.1. Uitvoering bodemsaneringswerken.............................................. 72

10.2.2. Procedure voor aanvullingen of wijzigingen tijdens

bodem­saneringswerken ............................................................................. 73

10.3.   Eindverklaring.................................................................................... 75

10.3.1. Eindevaluatieonderzoek ................................................................. 75

10.3.2. Eindverklaring ................................................................................. 75

11. Andere maatregelen voor de aanpak van bodemverontreiniging 76

11.1.   Veiligheidsmaatregelen..................................................................... 76

11.2.   Voorzorgsmaatregelen ...................................................................... 76

11.3.   Nazorg................................................................................................. 77

11.4.   Gebruiks- en bestemmingsbeperkingen ......................................... 77

11.5.   Schadegevallen................................................................................... 77

11.6.   Risicobeheer ....................................................................................... 78

12. Bodemsaneringsorganisaties – sectorale fondsen.......................... 80

12.1.   Doel ..................................................................................................... 80

12.2.   Bodemsaneringsorganisaties............................................................ 80

12.3.   Subsidies ............................................................................................. 82

13. Vrijwillige bodemsanering.................................................................. 83

14. Overdracht van gronden...................................................................... 84

15. Onteigening van gronden .................................................................... 85

15.1.    Schrapping van de onderzoeksplicht .............................................. 85

15.2.    Onteigeningsvergoeding................................................................... 85

16. Sluiting van een risico-inrichting ....................................................... 87

17. Faillissement .......................................................................................... 88

18. Onderzoek en sanering van waterbodems....................................... 89

18.1.    Integraal waterbeleid........................................................................ 89

18.2.    Waterbodemonderzoek..................................................................... 89

18.3.    Sanering volgens prioriteiten........................................................... 90

19. Grondverzet ........................................................................................... 92

20. Vaststellen van sites met (potentiële) bodemverontreiniging...... 93

20.1.    Siteregeling......................................................................................... 93

20.2.    Vaststelling van een site ................................................................... 93

20.3.    Saneringsplicht bij een site .............................................................. 94

21. Beroepsprocedures ............................................................................... 95

22. Ambtshalve tussenkomst..................................................................... 96

22.1.    Optreden na vrijstelling van saneringsplicht................................. 96

22.2.    Optreden na in gebreke blijven van de saneringsplichtige .......... 96

22.3.    Dwangmaatregelen ........................................................................... 97

23. Bodembescherming .............................................................................. 98

23.1.    Algemene doelstelling....................................................................... 98

23.2.    Bodembedreigingen........................................................................... 98

23.3.    Beschermingsmaatregelen ............................................................... 99

23.4.    Instrumenten ter bescherming van de bodem .............................. 100

24. Overgangsbepalingen........................................................................... 101

DEEL II. Overdracht van gronden ..................................................... 103

1. Wat is een overdracht van een grond?.............................................. 103

2. Wie is overdrager?................................................................................ 106

 

 

3.    Wat is de overdrachtsprocedure volgens het Bodemdecreet?...... 107

3.1.     Wanneer is er sprake van een risicogrond?.................................... 107

3.2.     Welke verplichtingen zijn er bij overdracht van een niet-risico­grond?................................................................................................. 109

3.3.     Welke verplichtingen zijn er bij overdracht van een risico­grond?................................................................................................. 110

3.4.     Is de melding van overdracht nog nodig? ...................................... 112

4.    Welke afwijkingen zijn er mogelijk op de normale

overdrachts­procedure? ...................................................................... 113

4.1.     Hoe versneld overdragen?................................................................ 113

4.1.1.   Overdracht na een beschrijvend bodemonderzoek..................... 113

4.1.2.   Overdracht na schikking met de Vlaamse Regering.................... 114

4.1.3.   Openbare verkoop ........................................................................... 115

4.2.     Welke afwijkingen zijn mogelijk voor de omvang van het

onder­zoek? .........................................................................................117

4.2.1.   Exploitatieonderzoek ...................................................................... 117

4.2.2.   Sites/Woonzones.............................................................................. 117

4.2.3.   Overdracht delen kadastrale percelen........................................... 119

5.    Wanneer kan een overdracht nietig verklaard worden? ............... 122

5.1.     Nietigheid door afwezigheid van het bodemattest....................... 122

5.2.     Nietigheid door het niet volgen van de bijzondere overdrachts­procedure............................................................................................ 123

6.    Bodemattesten....................................................................................... 124

6.1.     Enkele praktische vragen in verband met het bodemattest ........ 124

6.1.1.   Wanneer levert de OVAM een ambtshalve bodemattest

(A-at­test) af? ................................................................................. 124

6.1.2.   Wanneer vraag ik zelf een bodemattest aan?.............................. 125

6.1.3.   Hoe vraag ik een bodemattest aan?.............................................. 125

6.1.4.   Wat kost een bodemattest en wat als ik regelmatig attesten aanvraag?......................................................................................... 126

6.1.5.   Hoe lang is de beoordelings- en afleveringstermijn?.................. 127

6.1.6.   Hoe lang is een bodemattest geldig?............................................ 128

 

6.1.7.   Wanneer moet het bodemattest voorhanden zijn?..................... 128

6.1.8.   Wat bedoelt men met “de inhoud van het bodemattest opne­men in de overeenkomst/akte”?.................................................... 129

6.2.      Welke soorten bodemattesten zijn er? ........................................... 129

6.3.      Hoe is een bodemattest opgebouwd?............................................. 130

6.3.1.   Kadastrale gegevens........................................................................ 130

6.3.2.   Inhoud van het bodemattest.......................................................... 130

6.4.      Is het bodemattest geldig voor overdracht? .................................. 131

6.4.1.   De grond is een niet-risicogrond ................................................... 131

6.4.2.   Risicogrond – attest voor een volledig kadastraal perceel......... 132

6.4.3.   Risicogrond – attest met uitspraak over een deel van een ka­dastraal perceel................................................................................ 132

7. Oriënterend bodemonderzoek (OBO)................................................. 133

7.1.      Wat is een oriënterend bodemonderzoek?..................................... 133

7.2.      Hoe lang is een oriënterend bodemonderzoek geldig?................. 133

7.2.1.   Geen exploitatie van risico-inrichtingen (RI) sinds het vorige OBO.................................................................................................... 134

7.2.2.   Wel risico-inrichtingen sinds het vorige OBO .............................. 135

7.3.      Wat kost een oriënterend bodemonderzoek?................................. 135

8. Beschrijvend bodemonderzoek (BBO)................................................ 137

8.1.      Wat is een beschrijvend bodemonderzoek? ................................... 137

8.2.      Hoe lang is een beschrijvend bodemonderzoek geldig?............... 137

8.3.      Wat kost de opmaak van een beschrijvend bodemonderzoek? ... 137

9. Saneringsplicht bij overdracht ........................................................... 139

9.1.      Statuut ‘Onschuld’ ............................................................................. 139

9.2.      Andere vormen van vrijstelling ....................................................... 139

9.2.1.   Verspreiding ..................................................................................... 139

9.2.2.   Aanwezigheid van een exploitant of gebruiker........................... 140

9.3.      Is de vrijstelling overdraagbaar? ..................................................... 141

9.3.1.   … naar de verwerver?.................................................................... 141

9.3.2.   … naar de erfgenamen?................................................................. 141

9.4.      Wat gebeurt er na ‘vrijstelling saneringsplicht’? .......................... 142

 

10. Verbintenis en financiële zekerheid .................................................. 143

10.1.   Wat is een verbintenis?..................................................................... 143

10.2.   Wat is een financiële zekerheid?...................................................... 144

10.3.   Hoe loopt de procedure van verbintenis en financiële zeker­heid?.................................................................................................... 145

10.4.   Wat als de verwerver verplichtingen wil overnemen?................. 147

11. Bijkomende informatie en contact..................................................... 148

Deel III. Regeling grondverzet – Gebruik van uitgegraven bodem 149

1. Inleiding.................................................................................................. 149

2. Definities ................................................................................................ 151

2.1.     Verdachte grond................................................................................. 151

2.2.     Bouwkundig bodemgebruik en vormvast product........................ 152

2.3.     Kadastrale werkzone......................................................................... 154

2.4.     Zone voor gebruik ter plaatse.......................................................... 155

2.5.     Andere begrippen .............................................................................. 156

3. Toepassingsgebied................................................................................ 157

4. Voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem............... 159

4.1.     Mengverbod ....................................................................................... 159

4.2.     Gebruik van uitgegraven bodem als bodem .................................. 159

4.2.1.  Algemeen gebruik ........................................................................... 159

4.2.2.  Gebruik binnen een kadastrale werkzone.................................... 164

4.2.3.  Gebruik binnen een zone voor gebruik ter plaatse..................... 165

4.3.     Gebruik voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product................................................................................................ 166

4.3.1.  Algemeen gebruik ........................................................................... 166

4.3.2.  Gebruik binnen een kadastrale werkzone.................................... 168

4.4.     Samenvatting van de gebruiksmogelijkheden............................... 168

5. Traceerbaarheidsprocedure................................................................ 171

5.1.     Inleiding.............................................................................................. 171

5.2.     Actoren en hun verantwoordelijkheid ............................................ 172

 

 

5.3.       Algemene bepalingen........................................................................ 173

5.3.1.   Noodzakelijke documenten ............................................................ 173

5.3.2.   Documenten in het kader van het grondverzet........................... 175

5.3.3.   Administratieve procedure voor het grondverzet ....................... 177

6.    Erkenning van bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslag­-

plaats of grondreinigingscentrum ..................................................... 178

7.    Vervoerdocumenten bij grondverzet ................................................ 179

7.1.     Uitgraving groter dan 250 m³ of uitgraving op een verdachte grond................................................................................................... 179

7.2.     Uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet-verdachte grond....... 179

7.3.     Vervoer van verontreinigde bodem................................................. 179

7.4.     Transport van bodem naar het buitenland .................................... 180

7.5.     Aanvoer van bodem uit het buitenland .......................................... 180

7.6.     Transport van bodem naar een ander gewest ............................... 180

7.7.     Aanvoer van bodem uit een ander gewest..................................... 181

8.    Standaardprocedures en codes van goede praktijk........................ 182

8.1.     Code van goede praktijk afbakenen kadastrale werkzone ........... 182

8.2.     Code van goede praktijk afbakenen voor zone gebruik ter plaat­se.........183

8.3.     Code van goede praktijk gebruik van uitgegraven bodem binnen

een kadastrale werkzone.................................................................. 183

8.4.     Code van goede praktijk gebruik van uitgegraven bodem binnen

een zone voor gebruik ter plaatse................................................... 184

8.5.     Standaardprocedure studie ontvangende grond............................ 184

8.6.     Standaardprocedure technisch verslag ........................................... 185

9.    Toekomstige ontwikkelingen.............................................................. 187

Extra informatie

Extra informatie

Afmetingen 16x24
Auteur Johan Ceenaeme
pagina's 187
ISBN 9789089778864
Publicatiejaar 2018
Over de auteur Johan Ceenaeme lag in 1995 mee aan de basis van de ontwikkeling van het bodemsaneringsbeleid bij de OVAM. Hij was er lang diensthoofd van de dienst bodemonderzoeken. Als stafmedewerker coördineert en ontwikkelt hij nu mede het Vlaamse bodembeleid.
Quotes Nee